Fiscaal Overzicht
Hier vindt u een korte uitleg van belangrijke fiscale onderwerpen in relatie tot een gouden handdruk.
Klik voor meer informatie op het onderwerp van uw keuze:
- Belastingheffing
- Contraverzekering
- Dividendbelasting
- Inkomstenbelasting Box 1
- Inkomstenbelasting Box 2
- Inkomstenbelasting Box 3
- Lijfrente
- Strafheffing over gouden handdruk
- Vennootschapsbelasting
Belastingheffing
Bij direct afrekenen met de fiscus over (een deel van) de gouden handdruk wordt sinds 2001 het bijzonder tarief van maximaal 45% niet meer toegepast, maar wordt er belasting geheven tegen de normale progressieve belastingtarieven door cumulatie van alle belastbare inkomsten in één fiscaal kalenderjaar. Het belastingtarief bij direct afrekenen met de fiscus is afhankelijk van het totaal van alle belastbare inkomsten (zoals gouden handdruk, salaris, uitkering e.a.) en bedraagt in 2010 maximaal 52%. Door het afschaffen van het bijzonder tarief van maximaal 45% kan het gebeuren dat (ondanks inhoudingen door de ex-werkgever) alsnog een naheffing komt van de fiscus als na het ontslag nog inkomsten zijn ontvangen zoals een (WW-)uitkering of salaris van een nieuwe werkgever in het fiscale jaar van ontslag. Als niet direct over het geld hoeft te worden beschikt is het meestal voordeliger om de belastingheffing middels een stamrecht uit te stellen. Het is ook mogelijk om een deel van de gouden handdruk direct af te rekenen met de fiscus en het niet benodigde deel een andere fiscale bestemming te geven. Bij direct afrekenen met de fiscus geldt een vermogensrendementsheffing van 1,2% per jaar over het netto vermogen dat de persoonlijke vrijstelling(en) te boven gaat. Een stamrecht bij een levensverzekeringmaatschappij, bancaire instelling of stamrecht BV is volledig vrijgesteld van de fiscale vermogensrendementsheffing van 1,2% per jaar.
Contraverzekering
Een contraverzekering is een afzonderlijke overlijdensrisicoverzekering ter voorkoming van kapitaalverlies bij voortijdig overlijden van de verzekerde(n). Een contraverzekering kan naast een stamrecht bij een levensverzekeringmaatschappij worden afgesloten wanneer het stamrecht bij voortijdig overlijden van de verzekerde (om fiscale redenen) niet mag uitkeren aan een door de verzekerde aangewezen begunstigde. De contraverzekering kan alleen afzonderlijk worden afgesloten naast een stamrecht bij een levensverzekeringmaatschappij. Over een overlijdensuitkering uit een contraverzekering dient in beginsel successierecht te worden geheven op grond van de Successiewet. Een overlijdensuitkering is alleen vrijgesteld van successieheffing en inkomstenbelasting als voor de premiebetaling van de contraverzekering niets is onttrokken aan het vermogen van de erflater (= overledene).
Een stamrecht bij een bancaire instelling en een stamrecht BV mogen (in tegenstelling tot een stamrecht bij een levensverzekeringmaatschappij) het resterende kapitaal ook uitkeren aan erfgenamen van de overleden werknemer die niet voldoen aan de fiscaal toegestane kring van begunstigden voor een stamrecht. Voor een stamrecht bij een levensverzekeringmaatschappij is begunstiging aan erfgenamen die niet voldoen aan de fiscaal toegestane kring van begunstigden alleen mogelijk door het afsluiten van een afzonderlijke contraverzekering. Indien de erfgenamen van de overleden werknemer behoren tot de fiscaal toegestane kring van begunstigden, moet het stamrecht uitkeren in de vorm van een periodieke uitkering. Uitkeringen aan erfgenamen binnen de fiscaal toegestane kring van begunstigden uit hoofde van een stamrecht bij een levensverzekeringmaatschappij, bancaire instelling of stamrecht BV, zijn in tegenstelling tot een contraverzekering te allen tijde onderhevig aan belastingheffing. Zie ook de onderdelen stamrecht en stamrecht BV.
Dividendbelasting
Dividendbelasting wordt geheven over de opbrengst van aandelen en winstbewijzen. Voor 2010 bedraagt het tarief 15% van die opbrengst. Een vennootschap die dividend uitkeert is verplicht de dividendbelasting in te houden om deze vervolgens af te dragen aan de Belastingdienst. Een werknemer die zijn gouden handdruk onderbrengt in een stamrecht BV en dividend uitkeert, moet daarnaast nog 10% belasting betalen op grond van box 2 voor de inkomstenbelasting. De totale belastingheffing over een ontvangen dividenduitkering bedraagt dan maximaal 25%. Zie ook het onderdeel Box 2.
Inkomstenbelasting Box 1
Tarieven inkomstenbelasting 2010
Box 1 (Belastbaar inkomen uit werk en woning)
Belastingplichtige jonger dan 65 jaar:
| Belastbaar inkomen meer dan | Doch niet meer dan | Belastingtarief | Tarief premie volksverzekeringen | Totaal tarief | Totale heffing overschrijven |
|---|---|---|---|---|---|
| € 0 | € 18.218 | 2,30 % | 31,15 % | 33,45 % | € 6.093 |
| € 18.218 | € 32.738 | 10,80 % | 31,15 % | 41,95 % | € 12.184 |
| € 32.738 | € 54.367 | 42,00 % | 0,00 % | 42,00 % | € 21.268 |
| € 54.367 | 52,00 % | 0,00 % | 52,00 % |
Belastingplichtige van 65 jaar en ouder:
| Belastbaar inkomen meer dan | Doch niet meer dan | Belastingtarief | Tarief premie volksverzekeringen | Totaal tarief | Totale heffing overschrijven |
|---|---|---|---|---|---|
| € 0 | € 18.218 | 2,30 % | 13,25 % | 15,55 % | € 2.832 |
| €18.218 | € 32.738 | 10,80 % | 13,25 % | 24,05% | € 6.324 |
| € 32.738 | € 54.367 | 42,00 % | 0,00 % | 42,00 % | € 15.408 |
| € 54.367 | 52,00 % | 0,00 % | 52,00 % |
Inkomstenbelasting Box 2
Tarieven inkomstenbelasting 2010
Box 2 (belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang)
Voor belastingjaar 2010 bedraagt de belasting op het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang (lees: aandeelhouder stamrecht BV) 25%. Op een door de stamrecht BV gedane dividenduitkering wordt 15% dividendbelasting ingehouden door de stamrecht BV, waardoor de aanvullende belastingheffing op grond van box 2 maximaal 10% bedraagt. Namelijk 25% - 15% = 10%. Zie ook het onderdeel Dividendbelasting
Inkomstenbelasting Box 3
Tarieven inkomstenbelasting 2010
Tarief Box 3 (belastbaar inkomen uit sparen en beleggen)
De belasting over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen bedraagt 30% en hierbij wordt verondersteld dat het behaalde rendement over het belastbare vermogen 4% per jaar bedraagt. De belastingheffing over het belastbare vermogen bedraagt dan 1,2% per jaar. Namelijk 4% x 30% = 1,2%
Heffingvrij vermogen
Bij de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen heeft een belastingplichtige in 2010 recht op een heffingvrij vermogen van € 20.661. Het heffingvrije vermogen kan onder voorwaarden worden overgedragen aan de partner. Het heffingvrije vermogen kan (afhankelijk van de persoonlijke situatie) worden verhoogd.
Lijfrente
Een stamrecht is niet hetzelfde als een lijfrente met een voor de Inkomstenbelasting fiscaal aftrekbare premie. Een stamrecht is een fiscale faciliteit in de Loonbelasting met afwijkende fiscale spelregels. De huidige fiscale spelregels voor een stamrecht zijn minder streng dan de fiscale spelregels voor een lijfrente met een voor de Inkomstenbelasting fiscaal aftrekbare premie. Met behulp van een stamrecht is het meestal mogelijk om (binnen de grenzen van de fiscale spelregels) toekomstige belastingheffingen over de gouden handdruk aanzienlijk te verlagen, vooral wanneer men naast de gouden handdruk beschikt over eigen vermogen en/of fiscale aftrekposten zoals hypotheekrente. Zie ook het onderdeel stamrecht.
Strafheffing over gouden handdruk
Werkgevers die een ontslagvergoeding uitkeren aan een werknemer lopen sinds 2006 het risico dat zij een strafheffing verschuldigd zijn van 26% (en vanaf 2011 zelfs 52%). Deze strafheffing wordt (naast de door de werknemer verschuldigde loonbelasting) berekend over de bruto ontslagvergoeding en is alleen van toepassing als de ontslagvergoeding wordt aangemerkt als een regeling voor vervroegde uittreding (RVU) overeenkomstig artikel 32ba van de Wet op de Loonbelasting 1964. Onder een regeling voor vervroegde uittreding wordt verstaan een regeling die (nagenoeg) uitsluitend ten doel heeft te voorzien in een of meer uitkeringen ter overbrugging van de periode vanaf de ontslagdatum tot het ingaan van het pensioen of de AOW-uitkering dan wel tot het aanvullen van uitkeringen ingevolge een pensioenregeling. Een regeling wordt niet als regeling voor vervroegde uittreding aangemerkt voor zover het een fiscaal toegestane toezegging betreft op grond van de Pensioen- en spaarfondsenwet. Door de strafheffing in het kader van een RVU worden werkgevers financieel ontmoedigd om hun oudere werknemers vervroegd te laten uittreden. Doel hiervan is het bevorderen van de arbeidsparticipatie van ouderen. De strafheffing moet dus voorkomen dat ontslagvergoedingen worden gebruikt als alternatief voor (vervallen of beëindigde) VUT- en prepensioenregelingen.
In het gratis boek "Gouden handdruk bij ontslag" vindt u meer informatie over het wel of niet toepassen van de strafheffing. Meer informatie over de inhoud van het boek vindt u hier.
Vennootschapsbelasting
Een stamrecht BV die winst behaalt is vennootschapsbelasting verschuldigd over de fiscale winst. De stamrecht BV dient jaarlijks aangifte te doen voor de vennootschapsbelasting.
Tarieven vennootschapsbelasting in 2010:
| Winst meer dan | Maar niet meer dan | Bedraagt het tarief |
|---|---|---|
| € 0 | € 200.000 | 20,00 % |
| € 200.000 | Onbeperkt | 25,50 % |