IOAW
De Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers (IOAW) is een werkloosheidsregeling die oudere en/of gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers een inkomensgarantie biedt op het niveau van het sociaal minimum. De IOAW geeft een aanvulling op een eventueel (gezins)inkomen tot het relevante sociaal minimum.
Doelgroep
- Werkloze werknemers die de maximum uitkeringsduur van de Werkloosheidswet volledig hebben doorlopen en bij aanvang van hun werkloosheid tenminste 50 jaar oud zijn.
- Werknemers die werkloos zijn geworden na het bereiken van de leeftijd van 57½ jaar en alleen recht hebben op een kortdurende WW-uitkering.
- Arbeidsongeschikte werknemers met een gedeeltelijke WAO-uitkering (minder dan 80%) die de maximale uitkeringsduur van de Werkloosheidswet volledig hebben doorlopen. Voor deze groep gedeeltelijk arbeidsongeschikte (en werkloze) werknemers geldt géén minimum leeftijdseis van 50 jaar bij aanvang van de gedeeltelijke werkloosheid.
- Jonggehandicapten met een gedeeltelijke Wajong-uitkering (minder dan 80%).
Hoogte uitkering
De IOAW geeft een aanvulling op het (gezins)inkomen tot het relevante sociaal minimum afhankelijk van leeftijd en leefsituatie. De IOAW gaat uit van bruto bedragen maar de netto uitkeringsbedragen zijn gelijk aan de netto uitkeringsbedragen van een WWB-uitkering. Per 1 januari 2010 gelden de volgende bruto bedragen:
Echtparen en ongehuwde partners die beide 21 jaar of ouder zijn:
€ 1.392,98 bruto per maand (= 100% van het netto minimumloon) exclusief vakantiegeld.
Alleenstaande ouders van 21 jaar of ouder met een of meer kinderen:
€ 1.347,09 bruto per maand (= 90% van het netto minimumloon) exclusief vakantiegeld.
Alleenstaanden van 23 jaar en ouder:
€ 1.071,07 bruto per maand (= 70% van het netto minimumloon) exclusief vakantiegeld.
Bijzonderheden
De IOAW kent in tegenstelling tot de WWB geen vermogenstoets. De IOAW kent wel een inkomenstoets. Bij het vaststellen van de uitkering wordt rekening gehouden met inkomen uit arbeid, uitkeringen en pensioen van zowel de aanvrager als de partner.
Gouden handdruk en IOAW
Wanneer een (ex-)werknemer zijn gouden handdruk direct krijgt uitgekeerd, wordt de gouden handdruk aangemerkt als netto vermogen en derhalve niet gekort op een IOAW-uitkering. Als de gouden handdruk wordt omgezet in een stamrecht ligt de situatie net even anders. De periodieke uitkeringen uit een stamrecht worden niet gekort als wordt voldaan aan de door de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gestelde voorwaarden, zoals vastgelegd in zijn besluit van 11 september 2007. Deze voorwaarden kunnen als volgt worden samengevat:
Wanneer een werknemer in verband met de beëindiging van het dienstverband een eenmalige ontslagvergoeding ontvangt en deze geheel naar vrije keuze kan besteden (d.w.z. direct uitkeren of omzetten in een stamrecht), wordt het inkomen uit een stamrecht niet aangemerkt als inkomen in verband met arbeid, maar als vermogen en derhalve niet gekort op een IOAW-uitkering, mits de werknemer aan de hand van een schriftelijke verklaring van de (ex-)werkgever deze vrije keuze tot besteding kan aantonen én de aanspraak op het stamrecht vóór aanvang van de WW-periode is ontstaan. Als niet wordt voldaan aan bovengenoemde voorwaarden wordt het stamrecht niet aangemerkt als vermogen, maar als inkomen in verband met arbeid en derhalve gekort op een IOAW-uitkering.