Stamrecht

W&P Gouden Handdruk Adviseurs

WWB

De Wet werk en bijstand (WWB) vervangt per 1 januari 2004 de Algemene bijstandswet (Abw). Werkloze werknemers die mogelijk een beroep kunnen doen op de Wet werk en bijstand kan men globaal onderverdelen in twee categorieën. De eerste categorie bestaat uit werknemers die een te kort arbeidsverleden hebben om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering. De tweede categorie bestaat uit werkloze werknemers die bij aanvang van de werkloosheid jonger dan 50 jaar waren, de maximale uitkeringsduur van hun WW-uitkering volledig hebben doorlopen en aansluitend een beroep doen op de Wet werk en bijstand.

De Wet werk en bijstand wordt wel eens omschreven als een vangnetregeling en is een inkomensvoorziening voor iedereen die legaal in Nederland woont, onvoldoende inkomsten of vermogen heeft om in zijn levensonderhoud te voorzien en bovendien geen recht heeft op een andere uitkering of voorziening.

Hoogte uitkering

De Wet werk en bijstand geeft een aanvulling op een eventueel (gezins)inkomen tot het relevante sociaal minimum. De bijstandsuitkering voor jongeren tot 27 jaar is afgeschaft met ingang van 1 oktober 2009. Hiervoor in de plaats is de Wet investeren in jongeren gekomen (WIJ), waarbij werken en of leren voorop staat. Indien de jongere onvoldoende inkomen heeft, kan er mogelijk een beroep gedaan worden op de inkomensvoorziening WIJ. De bedragen van deze inkomensvoorziening zijn gelijk aan die van de bijstand. Voor jongeren van 18 tot en met 26 jaar gelden aparte normen.

Voor personen van 27 tot 65 jaar gelden per 1 januari 2010 de volgende netto bedragen:

Echtparen/ongehuwd samenwonenden:

€ 1.234,09 netto per maand (= 100% van het netto minimumloon) exclusief vakantiegeld.

Alleenstaande ouders:

€ 863,86 netto per maand (= 70% van het netto minimumloon) exclusief vakantiegeld en eventueel aangevuld met een (woon)toeslag van maximaal € 246,82 netto per maand (= 20% van het netto minimumloon) exclusief vakantiegeld.

Alleenstaanden:

€ 617,04 netto per maand (= 50% van het netto minimumloon) exclusief vakantiegeld en eventueel aangevuld met een (woon)toeslag van maximaal € 246,82 netto per maand (= 20% van het netto minimumloon) exclusief vakantiegeld.

Het uitgangspunt voor de bijstandsnorm voor alleenstaande ouders en alleenstaanden is dat de (woon)kosten met anderen kunnen worden gedeeld. Is dat niet of slechts gedeeltelijk het geval, dan kan de gemeente een toeslag toekennen van maximaal 20% van het netto minimumloon.

Bijzonderheden

De aanwezigheid van vermogen kan ook van invloed zijn op de hoogte van een uitkering. Voor alleenstaanden geldt thans een vrijlating van € 5.480,00 en voor gehuwden/ongehuwd samenwonenden en alleenstaande ouders bedraagt deze € 10.960,00. Als het vermogen meer bedraagt dan de geldende vrijstelling, dan moet het "teveel" aan vermogen worden aangewend om in het eigen levensonderhoud te voorzien. Pas hierna ontstaat het recht op een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand.

Bij vermogen in de vorm van een bewoond eigen huis geldt een extra vrijlating van maximaal € 46.200,00 ongeacht de gezinssamenstelling.

Gouden handdruk en WWB

Een gouden handdruk wordt in beginsel volledig gekort op een WWB-uitkering. Wanneer een gouden handdruk in de vorm van een eenmalig netto bedrag wordt uitgekeerd en het totale vermogen binnen de relevante vermogensvrijstellingen blijft, vindt er geen korting plaats op de WWB-uitkering.

W&P Gouden Handdruk Adviseurs © Aansprakelijkheid / Copyright